Ja, dat mag ik van mijzelf wel zeggen. Een reden om bescheiden te zijn in de ambities die boven de 55-grens nog geacht worden geldig te zijn: actief, fruitig, nog lang niet aan pensioen toe, tot bijna alles in staat en overal zin in….. Dat werkgevers daar anders over denken schijnt bon ton te zijn in de wereld van het bedrijfsleven, zo lees ik in de krant. Vandaar al die vrije tijd…
Maar met het beetje ambitie dat mij nog rest begaf ik mij jongstleden dinsdag naar het mij zo vertrouwde Forward complex. Gevolg gevend aan de roep om deelname aan de nieuwe activiteit in onze club: Walking Football. De pootjes van de bal zijn de spelers. Die worden met een kop thee/koffie en een solide warming up voorbereid op een sportieve tijdsbesteding.
En die hakt er in, zo heb ik ervaren.
Natuurlijk keek ik eerst de kat uit de boom. Tom Koenis en Ab Venverloo, ja, dan moet je alert zijn… En die vreemde vogels, jonger dan ik, (maar volgens mij zou je dat zo niet zeggen) waarvan je de naam (nog) niet kent, laat staan hun status als voetballer…, maar even aanzien. Gewoon meedoen.
De kleedkamer in. Dat was me ruim dertig jaar geleden voor het laatst gebeurd! Niets veranderd aan het groepsgedrag daar. Snel gewend dus.
Voorzien van wel juist schoeisel (dat wil zeggen: als het veld droog is!!), maar van beslist verkeerde kleding (die gericht was op wandelen), kwam ik als een ware gladiator naar buiten en betrad ik aarzelend het veld. Het was daar al druk met spelende jongens en meisjes. Maar Tom wist meteen hoe het allemaal in zijn werk gaat en produceerde spelmateriaal uit de hoge hoed, die aan de zijlijn klaar stond. Ab regisseerde vanaf die plek liever dan mee te doen: een klusje zwaar tillen had hem uitgeschakeld, maar commentaar geven was hem zo dierbaar dat hij toch kwam ‘kijken’.
Toen volgde het uur van de waarheid. De fantasie over wat je allemaal nog zou kunnen en de werkelijkheid bij de eerste bewegingen in het summiere oefenprogramma dat Tom ons voorschotelde bleken, bij mij althans, ver uit elkaar te liggen. Maar niet zo ver dat de moed uit de schoenen zonk. Verre van dat. Wat zullen we nou hebben??
Partijtjes vormen. Niet vier jassen om de doelen te bepalen, maar heuse mini-doeltjes. Een kwart van het hele voetbalveld afgezet met pilonnetjes, geen scheidsrechter en gààn….
Van het spel herinner ik me slechts een paar dingen. Constant de rem er op, want hardlopen is verboden. De bal aan de voet gaat aardig, maar wandelend is de ervaring totaal anders dan ik gewend was: de dribble, hè? Dat moesten we altijd oefenen. Hier dus niet.
Positie is bepalend. De pass komt meestal wel aan, maar even buiten je bereik gespeeld is er meteen de verleiding om even te versnellen…. Fout!
Gelegenheid genoeg om tijdens het spel commentaar te geven en te beantwoorden. Maar verlies van concentratie wordt meteen bestraft met balverlies.
Een verre pass vraagt om een goed schot over afstand. En dan voel je het gewicht van de bal…toch zwaarder dan gedacht. Maar weer eens tegen een muurtje oefenen?
En opeens was daar Ab in het veld met zijn onnavolgbaar commentaar en speelse geest. En Tom, die echt een broer van die Hoornse snelwandelaar met eeuwige roem blijkt te zijn…..
Kortom, genoten die middag. Zweet op de rug. De douche dan maar thuis, ook al zo anders dan vroeger….
Mijn voetbaltas staat al klaar voor de volgende keer. De nazit met een kop koffie sla ik niet over. Mijn tijdbesteding op dinsdagmiddag staat, als de agenda niet tegenzit, vast.
Walking Forward, here I come.

Bockx.